Dat maakte die verantwoordelijkheid waar: het lukte om in korte tijd de bron en de oorzaak van de verontreiniging van veevoer met dioxine op te sporen. Ook was snel in beeld welke bedrijven eventueel verontreinigd voer geleverd hadden gekregen en welke dieren dit voer mogelijk hadden gegeten. Zo was het incident qua omvang te beperken en snel af te wikkelen, wijst de evaluatie van het PDV uit.
De aanpak gebeurde in nauw overleg met de overheid. Ook die constateert dat de getroffen maatregelen de aanpak van het incident vergemakkelijkten en adequaat waren. Minister Veerman van LNV meldde dit schriftelijk aan de Tweede Kamer, op basis van het eindverslag over het incident van de VWA. Bij onverhoopte nieuwe incidenten kan wat Veerman betreft dezelfde aanpak worden gehanteerd.
Zowel de overheid als het PDV constateerde dat op een paar aspecten verbetering nodig is. Dit betreft onder meer de privacy van veehouderijbedrijven. Het PDV verzocht het ministerie van LNV daarom de unieke bedrijfsgegevens (UBN’s) van deze bedrijven vrij te geven. Ook wijzen LNV en PDV op de bron van dit incident, dat al eerder problemen veroorzaakte: hulpstoffen in het productieproces van de levensmiddelenindustrie. Het PDV is inmiddels in overleg met de levensmiddelenindustrie over het gebruik van die hulpstoffen.
Klik hier voor het persbericht van het PDV over de evaluatie.
Klik hier voor het evaluatierapport van het PDV.
Klik hier voor de brief van de minister van LNV aan de Tweede Kamer.
