- Diergeneesmiddelenbesluit (Min. LNV)
- Verordening Gemedicineerd Voeder 2003 (Productschap Diervoeder)
- Diergeneesmiddelenregeling (Min. LNV)
De regelgeving heeft betrekking op de volgende groepen:
- Vergunninghouders
(Ondernemers aan wie een vergunning is verleend voor het bereiden, verpakken, etiketteren of in de handel brengen van gemedicineerde halffabrikaten of gemedicineerde voeders als bedoeld in artikel 33 van de diergeneesmiddelenwet. Hieronder vallen alle GMP B 1 gecertificeerde bedrijven met de scope productie van mengvoeders en productie van voormengsels.)
- Dierenartsen
- Veehouders
- Overige
Meer en meer is men echter ook hier bezig om de zaken op Europees niveau aan te pakken; het bureau ‘EMEA’ te Londen heeft inzake de Europese registratie van diergeneesmiddelen een taak die steeds meer in belang toeneemt.
Door het Bureau Registratie Diergeneesmiddelen (BRD) wordt in Nederland de toelating van diergeneesmiddelen gecoördineerd. Middels dossiers moet de diergeneesmiddelenindustrie aantonen dat hun producten aan een aantal toetsingsctiteria voldoen. Nadat aan alle gestelde randvoorwaarden is voldaan, wordt door een zgn. ‘inschrijvingsbesluit’ formeel het betreffende diergeneesmiddel toegelaten.
In Nederland zijn thans ca. 50 diergeneesmiddelen toegelaten mede bestemd voor verwerking in gemedicineerde diervoeders. Bij de toelating is vastgelegd dat deze diergeneesmiddelen steeds voorzien moeten zijn van een adequaat etiket. Op dat etiket moeten een aantal zaken vermeld zijn over het diergeneesmiddel die het voor de verwerker ervan (i.c. de mengvoederbereider) mogelijk maakt om het product zonder risico’s in te mengen in het voer. O.a. is vastgelegd met welke producten ze niet tegelijkertijd in het voer aanwezig mogen zijn (negatieve interacties), of ze persbestendig zijn, hoe het met de bewaartermijn zit, etc.
Daarenboven is in zijn algemeenheid in de wetgeving vastgelegd dat deze diergeneesmiddelen slechts op een bepaalde manier in het mengvoer ingemengd mogen worden, te weten zo dicht mogelijk voor of in de menger, maar ná de hamermolen.
Omdat –gelet op de dier- en volksgezondheid- het inmengen van diergeneesmiddelen (alsook sommige ‘kritische’ additieven) secuur moet gebeuren, zijn er hiervoor in de verschillende regelgeving randvoorwaarden gesteld. Teneinde ongewenste effecten te vermijden die bijvoorbeeld van doen hebben met de zgn. ‘cohesie’ en ‘adhesie’ van het diergeneesmiddel, zijn in het GMP+-certificatieschema (Bijlage 1) nadere (toepassings)regels vastgelegd.
Voor een overzicht van de in Nederland voor verwerking in voeder toegestane diergeneesmiddelen dient u de site van het BRD te raadplegen. Hier dient u in het menu voor “Database” te kiezen om vervolgens voor “Uitgebreid” te kiezen. Vervolgens komt er een blz. waar vrij onderaan een hokje “voederverwerking” staat. Als men daar een kruisje in zet en klikt op “zoek”, krijgt u alle diergeneesmiddelen die geregistreerd zijn als “voederverwerkingsmiddel”. Daarnaast zijn enkele diergeneesmiddelen ook toegelaten in de vorm van een gemedicineerd voormengsel. Klik vervolgens bij optie “farmaceutische vorm” voor premix.
Vervolgens kan in deze lijst per nummer de registratiebeschikking worden opgevraagd.
N.B. Opmerking: over het algemeen is de eerste blz. van zo’n opgevraagde beschikking leeg! De werkelijke tekst begint op pagina 2.
