Home » MVO » Carbon Footprint » Algemeen
Carbon Footprint Diervoeding

Een van de meest actuele onderwerpen binnen het brede thema Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen is de emissie van broeikasgassen. Bij het Productschap Diervoeder is in 2009 een project ‘Carbon Footprint Diervoeding’ gestart naar de emissie van broeikasgassen verbonden aan de productie van diervoeders en de omzetting. Na een verkennende studie in 2009 is onlangs een uitgebreide vervolgproject van start gegaan. Dit wordt uitgevoerd door Wageningen Universiteit en Research Centre (WUR) en Blonk Milieu Advies (BMA), en moet in de zomer 2011 zijn afgerond. Via deze website pagina wil het PDV graag alle belanghebbenden informeren over de ontwikkelingen met betrekking tot het project Carbon Footprint Diervoeding.

Carbon Footprint Diervoeding
Het Productschap Diervoeder (PDV) is begin 2009, op verzoek van haar achterban (m.n. Nevedi, LTO, OPNV en Vernof) gestart met het project Carbon Footprint Diervoeding, met als eerste doel de broeikasgasemissie van de diervoederketen in beeld te brengen. Dit inzicht zou vervolgens moeten leiden tot meer bewustwording van de broeikaseffecten die aan de productie en vervoedering van diervoeders aan landbouwhuisdieren zijn verbonden. Ook zou het project de sector de mogelijkheid moeten bieden voor het verkennen van potentiële verbeteropties.

Er is gestart met een verkennende studie waarin de toen beschikbare methodologische kennis (o.a. over allocatie) en databeschikbaarheid geïnventariseerd en geëvalueerd zijn en de kennislacunes zijn geïdentificeerd. Deze studie is uitgevoerd door Blonk Milieu Advies en WUR/LEI. Het eindrapport (hier) is eind 2009 aan het PDV opgeleverd.

Op verzoek van het PDV-bestuur is in de eerste maanden van 2010 via agrobrede bijeenkomsten een breed draagvlak voor een vervolgstudie gecreëerd. Deze vervolgstudie beoogt het verzamelen en genereren van de kennis en data nodig voor het berekenen van de Carbon Footprint voor de diervoedingsketen. In deze bijeenkomsten is brede consensus bereikt. Deze is vastgelegd in een Position Paper (hier). Volledige transparantie is een van de eisen voor alle stadia van het project.

De agrobrede consensus heeft er vervolgens toe geleid dat naast het Ministerie van EL&I, een zestal productschappen (Productschap Diervoeder, Productschap Akkerbouw, Productschap Zuivel, Productschap Vee en Vlees, Productschap Pluimvee en Eieren en Productschap Margarine, Vetten en Oliën) bereid waren de vervolgstudie te subsidiëren. LTO en de Nederlandse diervoederindustrie (Nevedi) hebben ook een intentieverklaring ondertekend dat ze aan de hand hiervan zich ook concreet zullen inspannen om de klimaatvoetafdruk van diervoeding en dierlijke productie terug te dringen. Deze studie (zie voor het projectplan <>) wordt uitgevoerd door WUR en BMA, en is onlangs van start gegaan. Om de verkregen kennis optimaal praktisch toepasbaar te maken zal een rekenmodel worden ontwikkeld, waarmee belanghebbenden de Carbon Footprint van de Diervoedingsketen of van hun schakel kunnen berekenen.

Deze omvangrijke studie wordt namens de financiers begeleid en aangestuurd door een brede stuurgroep met vertegenwoordigers van de financiers, de belangrijkste brancheorganisaties en een maatschappelijke organisatie (zie voor de samenstelling hier). Voor de technische afstemming zullen een aantal werkgroepen worden geformeerd met technisch deskundigen uit de agrobrede achterban (zie voor meer informatie hier).

De Carbon Footprint Diervoeding omvat het traject vanaf de teelt van plantaardige producten (granen en zaden, maar ook ruwvoeders) tot en met de omzetting van voer in dierlijk product. Dit betekent dat de Carbon Footprint Diervoeding de volgende schakels omvat: teelt plantaardige producten, primaire verwerkers van deze producten, productie van mengvoeders en het veehouderijbedrijf. Voor elk van deze schakels worden uniforme methodologische protocollen opgesteld, die ook als basis dienen voor het verzamelen van data. Op basis van deze systeemafbakening kan de mengvoerindustrie de Carbon Footprint berekenen van het geleverde mengvoer (in CO2 equivalenten per kg mengvoer) en tevens een prognose maken voor het geproduceerde dierlijke product.

Het streven is verder nadrukkelijk om het project een internationale dimensie te geven. Het merendeel van de Nederlandse brancheorganisaties die participeren in het project zijn via hun Europese organisaties aangesloten bij de Sustainable Consumption and Production Round Table. Zij onderschrijven in die zin het streven van deze ‘ronde tafel' naar Europese harmonisatie van methoden om de milieu-impact, waaronder die door broeikasgassen, vanwege de (dier-)voedingsketen te berekenen. De Nederlandse (branche)organisaties zullen hun Europese organisaties informeren en voor afstemming zorg dragen.
Daarnaast bestaan er tussen allerlei (branche)organisaties, de FAO en WUR, ook directe contacten over het duurzaamheidsvraagstuk. WUR onderhoudt ook intensieve contacten met andere wetenschappelijke instellingen, en wil samen daarmee ook een of meer studies in (gerefereerde) wetenschappelijke tijdschriften publiceren. Door deze internationale afstemming wordt beoogd voor het projectresultaat, bestaande uit een eenduidige methodologie per schakel in de diervoedingsketen, een database met o.a. gegevens over een groot aantal voedermiddelen en een rekenmodel, ook internationaal draagvlak te creëren en een brede toepassing te bevorderen.


» printbare versie
NL EN
Laatste nieuws:

Voederwaardering
08 mei 2013
Voederwaardeprijzen per 7 mei 2013

Arbeid
22 april 2013
Nieuwsbrief Arbeid april 2013

Voederwaardering
09 april 2013
Voederwaardeprijzen per 9 april 2013